• Home
  • Boeken
  • Vertalingen
  • Interviews | essays
  • Beeld
  • Pers
  • Links
  • Teksten 2010-2014
  • Bio & Contact
  Gerrit Brand

Literatuur en politiek | Moet een schrijver partij kiezen?

6/17/2026

0 Comments

 
PictureBoekenkrant, juni 2026
Essay, Gerrit Brand
Dit essay werd geplaatst op de literaire website Tzum en in het juninummer van de Boekenkrant.

Veel mensen vinden dat literatuur boven de politiek zou moeten staan. Alsof de roman een neutrale ruimte is, los van de wereld, waar schoonheid, stijl en verbeelding belangrijker zijn dan maatschappelijke betrokkenheid. Tegelijkertijd verwachten we van schrijvers juist vaak dat zij zich uitspreken wanneer de wereld in brand staat. Zeker in een tijd van oorlogen, polarisatie en permanente media-ophef lijkt zwijgen haast verdacht geworden.
​

Moet een schrijver zich met politiek bemoeien?
Die vraag hield mij bezig tijdens het schrijven van mijn roman Naar Beiroet. Het was de eerste keer dat een boek van mij nadrukkelijk een politieke dimensie kreeg. Niet omdat ik een politieke roman wilde schrijven, maar omdat de werkelijkheid zich opdrong. De aanval van Hamas op 7 oktober 2023, de vernietiging van Gaza, de reacties in Europa en het groeiende gevoel van morele verwarring maakten afstandelijkheid bijna onmogelijk.


Geen pamflet
Toch wilde ik geen pamflet schrijven. Literatuur is immers iets anders dan propaganda. Een roman die alleen wil overtuigen, verliest vaak precies datgene wat literatuur waardevol maakt: nuance, twijfel, gelaagdheid. Literatuur hoeft geen antwoorden te geven, maar moet naar mijn idee juist ruimte scheppen om vragen te stellen.
Volledige neutraliteit is misschien een illusie. George Orwell die we allemaal kennen van zijn dystopie 1984, schreef al dat alle kunst in zekere zin politiek is, omdat iedere schrijver keuzes maakt: wat laat hij zien, wat niet, vanuit welk perspectief kijkt hij naar de wereld? Zelfs de schrijver die beweert apolitiek te zijn, maakt daarmee een politieke keuze.
Dat betekent echter niet dat literatuur partijprogramma’s moet volgen. Zodra een roman uitsluitend een ideologisch doel dient, dreigt zij haar vrijheid kwijt te raken. Vladimir Nabokov verzette zich sterk tegen het idee dat romans in dienst moesten staan van ideologie, moraal of maatschappelijk engagement. Dat zie je vooral terug in zijn colleges en interviews, die ik uiteraard gelezen heb, zoals in Strong Opinions en Lectures on Literature. Daarin benadrukt hij voortdurend dat kunst in de eerste plaats esthetisch moet zijn, niet didactisch of politiek. Een bekende uitspraak van hem is bijvoorbeeld: ‘Literature is not about ideas, it's about words.’
Maar, denk ik dan, waarom mag een roman niet over ideeën gaan? Naar Beiroet is in wezen een ideeënroman. Ik heb het voor de zekerheid maar eens opgezocht en dan zie ik dat een ideeënroman een roman is waarin ideeën, wereldbeelden of filosofische vragen minstens zo belangrijk zijn als het verhaal zelf of als de psychologie van de personages. Ook mijn personages discussiëren vaak over politiek, moraal, religie of kunst en vooral over oorlog. Ook ik gebruik het verhaal om grotere vragen te onderzoeken. Ik probeer de lezer aan het denken te zetten. Wat is macht, oorlog, wie heeft gelijk, waar draait het in wezen om in het leven? Dat soort zaken.  
Margaret Atwood wees erop dat geen enkele auteur verplicht kan worden woordvoerder van een beweging of ideologie te zijn. Zo zegt ze in een interview in The New Yorker letterlijk: ‘I didn't want to become a megaphone for any one particular set of beliefs.’  

Verschillende ideeën en meningen
Toch blijkt in de praktijk dat veel grote schrijvers zich nauwelijks buiten hun tijd konden plaatsen. Jean-Paul Sartre vond dat schrijven zelf al een vorm van handelen was. Albert Camus koos een subtielere positie, die mij trouwens meer bevalt: een schrijver moet midden in zijn tijd staan, maar zich er niet volledig door laten opslokken.
Tijdens het schrijven van Naar Beiroet dacht ik vaak aan filmmaker George Sluizer, van wie ik een box kocht met al zijn films op dvd, omdat ik gelezen had dat hij documentaires gemaakt had over de Palestijnen, in vluchtelingenkampen in Libanon. In totaal maakte hij tussen 1974 en 2010 vier documentaires. Sluizer zei expliciet dat objectiviteit niet bestaat en dat je uiteindelijk partij moet kiezen. Die uitspraak is bij me blijven hangen. Deze uitspraak legt een ongemakkelijke waarheid bloot: absolute objectiviteit bestaat niet.
Harold Pinter, wiens uitstekende biografie door Michael Billington ik onlangs las (overigens na het schrijven van Naar Beiroet) hield zich intensief bezig met politiek. In zijn Nobelprijsrede uit 2005 hekelde hij het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten en de manier waarop geweld vaak onder diplomatische taal verborgen wordt. Pinter werd door sommigen bewonderd om zijn moed en door anderen verweten dat hij zijn literaire prestige gebruikte voor politieke doeleinden. Maar juist dat debat toont hoe moeilijk de verhouding tussen kunst en politiek blijft.

Persoonlijk
Voor mij persoonlijk speelt bovendien iets anders mee: ervaring. Ik kom al twintig jaar in Libanon, omdat mijn vrouw daar vandaan komt. Niet als toerist, maar als iemand die families leert kennen, gesprekken met allerlei mensen voert, ze hoort praten over oorlog, bombardementen en andere ellende. Zulke ervaringen veranderen je blik op de wereld. Ze maken het moeilijk om conflicten uitsluitend te bekijken vanuit abstracte geopolitieke analyses of vanuit een westers mediaperspectief.

Literatuur ontstaat uiteindelijk niet alleen uit ideeën, maar vooral uit wat je ziet, hoort en meemaakt.
Mijn eerste roman Tolvlucht laat zien dat de perikelen in het Midden-Oosten me al langer dan sinds 7 oktober aan het hart gaan. Dat boek speelt zich af in het interbellum en behandelt de opkomst van antisemitisme in Europa. De hoofdpersoon redt daarin een Joods meisje uit Duitsland. Toen ik het boek onlangs herlas, merkte ik dat ik destijds al kritisch schreef over het ontstaan van Israël, terwijl ik tegelijkertijd veel mededogen voelde met Joodse slachtoffers van vervolging.
In Naar Beiroet verschuift het perspectief. Daar gaat het niet langer alleen over slachtofferschap, maar ook over macht. Over de vraag wat er gebeurt wanneer historische trauma’s onderdeel worden van nieuwe vormen van geweld. Dat zijn ongemakkelijke vragen, juist omdat zij morele zekerheden aantasten. Misschien is dat uiteindelijk de taak van literatuur: niet het bevestigen van zekerheden, maar het verstoren ervan.
​
Activisme
Een schrijver hoeft daarom niet noodzakelijk activist te zijn. Hij hoeft geen slogans te produceren of politieke oplossingen aan te dragen. Maar hij kan ook niet volledig buiten de wereld staan. Een schrijver kijkt naar de wereld om zich heen. En wie dat serieus doet, kan moeilijk doen alsof het hem niets aangaat.
Bij Virginia Woolf vind je het idee terug dat nadenken en kritisch kijken op zichzelf al een vorm van verzet kunnen zijn. Dat is waarschijnlijk de positie die mij het meest aanspreekt. Een schrijver hoeft niet voortdurend partij te kiezen, maar hij mag zich evenmin verschuilen achter schijnbare neutraliteit wanneer de werkelijkheid daarom vraagt. Literatuur moet vrij blijven, maar vrijheid betekent niet onverschilligheid.
Misschien is dat wel de kracht van literatuur. Dat ze niet meteen hoeft te oordelen, maar je even laat meekijken door de ogen van iemand anders. In een tijd waarin iedereen direct een standpunt moet hebben (denk aan de social media waar ik me, vaak tot mijn eigen ongenoegen, ook ernstig aan bezondig), is dat misschien al bijzonder genoeg, en wie weet ook wel politiek genoeg.
 
Tenslotte: mijn essay werd tot mijn verrassing ook opgemerkt in Duitsland, waar G. Sohn een mooie beschouwing gaf op ichsagmal.com, wat hij o.a. op X publiceerde. Lees hier zijn verhaal

0 Comments



Leave a Reply.

    Auteur

    Gerrit Brand, neerlandicus, woonachtig in Groningen, schrijver, piloot, ondernemer, zes romans gepubliceerd, Tolvlucht, Omnia Uitgevers, 2007. Bij uitgeverij Nobelman: Een heel nieuw leven, 2011; De wegen van Valentina, 2014; De Amerikaan, 2019; Le Mans, 2021; Cinemascope, 2023.

    RSS Feed

    Archives

    July 2026
    June 2026
    May 2026
    March 2026
    January 2025
    September 2024
    May 2023
    November 2022
    December 2021
    May 2021
    April 2021
    October 2020
    November 2019
    March 2019
    January 2018
    August 2017
    March 2017
    January 2017
    December 2016
    December 2015
    March 2014
    January 2014
    July 2013
    June 2013
    December 2011
    June 2011
    May 2011
    December 2010
    November 2010


    Het lage podium staat vol met apparatuur. 't Is 2010 maar het ziet eruit als 1968. Microfoonstandaards, snoeren, een Rolandorgel, een uitgebreid drumstel samengesteld uit transparante trommels, van de achteren af doorlicht. Blauwe en gele spots. Een blonde Fries staat bij het podium. 'Ken je de band nog van vroeger?' vraag ik. 'Ik heb de elpee,' luidt het antwoord, ' 't is een cultband, hè? Dat ze nog bestaan!' 'Volgens mij zijn ze jarenlang uit de running geweest (Ik heb me gedocumenteerd op internet alvorens naar Drachten (of all places) af te reizen), alleen de bassist is nog over van de originele bezetting.'

    De zaal is slechts gevuld met een handjevol mensen. Ik ben niet de jongste, maar ook zeker niet de oudste. Veel grijs, spijkerbroeken, slierterig lang haar. Een mooie zaal, ideaal voor rockconcerten, met een prachtige bar. Authentieke barkeepers, gouden oorringen en tatoeages, petjes, Harley Davidson op de borst. Plastic bekertjes (vroeger had je nog echte glazen, stond je tijdens een rockconcert vaak in de glasscherven, moest je schoenen aantrekken met stevige zolen), mijn god, je moet betalen met muntjes. Stop een tientje in een automaat en er rollen zes plastic muntjes uit. Een bier is één muntje, hoeveel kost dan één biertje? Ik bied de Fries ook maar een pilsje aan en vraag hem hoe oud hij is. Achtenvijftig, ik had hem jonger geschat. Hij heeft iets jongensachtigs, is dat rock 'n roll? Hij vertelt dat hij vaak, overal en nergens, in de provincie naar rockconcerten gaat. De oude namen, Ten Years After, Focus en nu Iron Butterfly, als feniksen uit de as herrezen zijn ze er om de zoveel jaar weer, back on stage, als jonge goden.

    Eindelijk komt de band op. Links het orgel, Boris Karloff (met lang haar) bespeelt hem, de drummer heeft bij Wishbone Ash gespeeld, rechtst de gitarist, afkomstig uit Seattle, en in het midden, vóór op het podium op een barkruk geleund, stram in de dunne benen, moeizaam bewegend, de benige vingers omwikkeld met leukoplast, bassist Lee Dorman. Petje, bril. Er wordt meteen ingezet en het geluid is overweldigend. In de sixties heette het psychedelische rock, ik zou het hardrock willen noemen. Enkele nummers, lang uitgesponnen, gierende gitaar, meeslepend orgel, hakkende drummer, drijvende bas. Mummelende Dorman, onverstaanbaar. Wat zegt-ie, wat zegt-ie? Schouderophalen, gelach. Vingers omhoog, geweldig. De jaren vallen van de schouders. Wat heb ik de afgelopen veertig jaar gedaan, meegemaakt? Vergeet het, we zijn weer terug bij het begin. Een mens verandert niet, je karakter ligt vast. Dorman mompelt iets van Harley Davidson en begint te zingen, Easy Rider. Pegs of people line the street / A ball and chain around their feet / Waitin' for a weekend treat / But Easy Rider's got 'em all beat 'cause / Easy rider, he's a glider / (Easy) Freedom, every day...

    Hier komen we voor. Nog een paar nummers, hetzelfde recept, jankende gitaar, dreunende orgeltonen, primair drumwerk, een heftig plukkende bassist die het ritme voortdurend opjaagt. Dan is het zover en wordt In-a-gadda-da-vida ingezet. Eerst het orgel, dan de gitaar die de lucht lijkt te willen verscheuren. Twee blonde meiden dringen zich naar voren. Toch nog twee groupies voor opa, maar hij ziet ze niet, hoeft ze ook niet, zou niet meer weten wat-ie met ze aanmoest. Als de drummer zijn minutenlang durende solo inzet, haalt Dorman moeizaam (geholpen door een roadie) zijn instrument van zijn schouder om zich stijf naar de zijkant van het podium te bewegen. Daar drinkt hij een pilsje, net als wij uit een plastic glaasje. De tijd van drugs is voorbij, het is nu zaak om overeind te blijven, nog zo lang mogelijk te blijven ademen. Prachtig die drumsolo, hij duurt en hij duurt maar. Steeds weer nieuwe variaties, holle klanken, felle klanken, blikkerige, dreunende. Je vraagt je af waarom ze daar in de jaren zeventig nu ineens zo'n hekel aan kregen.

    Als we terugrijden zijn we het erover eens, dit was een bevredigend concert, ruw, ongepolijst, met de dood op de hielen gespeeld, maar zonder concessies. Rock 'n roll gaat een leven lang mee.

    Archives

    July 2026
    June 2026
    May 2026
    March 2026
    January 2025
    September 2024
    May 2023
    November 2022
    December 2021
    May 2021
    April 2021
    October 2020
    November 2019
    March 2019
    January 2018
    August 2017
    March 2017
    January 2017
    December 2016
    December 2015
    March 2014
    January 2014
    July 2013
    June 2013
    December 2011
    June 2011
    May 2011
    December 2010
    November 2010

    Categories

    All
    Bezuinigingen Kunst Subsidie
    Literair

    RSS Feed

official website [Copyright © Gerrit Brand 2010-2024]
All rights reserved
GerritBrand.nl Website is NOT responsible for any external link on the website
Powered by: Uitgeverij Nobelman
Contact
Uitgeverij Nobelman
Emdenweg 3
9723 TA Groningen
The Netherlands
Tel:            + 31 (0) 6 50831893
e-mail :      [email protected]