| Gerrit Brand |
|
(Tekst Gerrit Brand)
Wanneer ik Tolvlucht (2007) en Naar Beiroet (2025) naast elkaar leg, zie ik zelf het spanningsveld dat mijn ontwikkeling als schrijver zichtbaar maakt. Dat spanningsveld zit niet alleen in stijl of thematiek, maar vooral in mijn morele en politieke positionering ten opzichte van Europa, het jodendom en het Midden-Oosten. Op het eerste gezicht lijken de romans elkaar tegen te spreken, maar juist in die frictie herken ik de kern van mijn literaire project. Tolvlucht is diep verankerd in de Europese geschiedenis van het interbellum. In die roman kijk ik terug op de Eerste Wereldoorlog en vooruit naar de opkomst van het nationaalsocialisme. Ik plaats mijn hoofdpersoon, piloot Lodewijk Wilde, in een wereld waarin ideologieën verharden, maar morele keuzes nog individueel gemaakt kunnen worden. Ik benoem expliciet nazi-Duitsland en het antisemitisme dat daar wortel schiet. Lodewijk is niet slechts getuige; hij handelt. Het redden van een Joods meisje is geen terloopse scène, maar een moreel ankerpunt in het verhaal. Belangrijk voor mij in Tolvlucht is ook de ontstaansgeschiedenis van het huidige Midden-Oosten. In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, met het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk en de bemoeienis van Europese machten, zie ik hoe de kiem wordt gelegd voor latere conflicten. Ik neem daar geen pamflettaire positie in, maar probeer historisch bewustzijn te tonen: grenzen, beloften en machtsverhoudingen worden door Europese spelers opgelegd, met gevolgen die generaties overstijgen. In Naar Beiroet, dat ik minstens 25 jaar later begon te schrijven, verschuift dat perspectief naar een directe confrontatie met het heden. In deze roman keer ik mij uitgesproken tegen Israëlisch staatsgeweld en het zionistische project, maar nadrukkelijk niet tegen joden als volk of religie. Dat onderscheid is voor mij essentieel. Waar ik in Tolvlucht antisemitisme toon als moreel kwaad binnen een Europese context, onderzoek ik in Naar Beiroet hoe historisch slachtofferschap kan omslaan in machtsuitoefening. De schijnbare tegenstelling tussen beide romans verdwijnt voor mij zodra ik het historische bewustzijn serieus neem. In Tolvlucht beschrijf ik een tijd waarin Joden kwetsbaar zijn; in Naar Beiroet beschrijf ik een wereld waarin machtsverhoudingen zijn verschoven en waarin juist die macht kritisch bevraagd moet worden. Waar Tolvlucht historisch begrijpend is, is Naar Beiroet moreel oordelend. Die verschuiving zegt minder over veranderde overtuigingen dan over veranderde tijden, en over mijn weigering om mij als schrijver te verschuilen achter neutraliteit. Lees meer op de website van Uitgeverij Nobelman: https://www.nobelman.nl/tolvlucht.html https://www.nobelman.nl/naar-beiroet
0 Comments
Leave a Reply. |
AuteurGerrit Brand, neerlandicus, woonachtig in Groningen, schrijver, piloot, ondernemer, zes romans gepubliceerd, Tolvlucht, Omnia Uitgevers, 2007. Bij uitgeverij Nobelman: Een heel nieuw leven, 2011; De wegen van Valentina, 2014; De Amerikaan, 2019; Le Mans, 2021; Cinemascope, 2023. Archives
March 2026
Het lage podium staat vol met apparatuur. 't Is 2010 maar het ziet eruit als 1968. Microfoonstandaards, snoeren, een Rolandorgel, een uitgebreid drumstel samengesteld uit transparante trommels, van de achteren af doorlicht. Blauwe en gele spots. Een blonde Fries staat bij het podium. 'Ken je de band nog van vroeger?' vraag ik. 'Ik heb de elpee,' luidt het antwoord, ' 't is een cultband, hè? Dat ze nog bestaan!' 'Volgens mij zijn ze jarenlang uit de running geweest (Ik heb me gedocumenteerd op internet alvorens naar Drachten (of all places) af te reizen), alleen de bassist is nog over van de originele bezetting.' De zaal is slechts gevuld met een handjevol mensen. Ik ben niet de jongste, maar ook zeker niet de oudste. Veel grijs, spijkerbroeken, slierterig lang haar. Een mooie zaal, ideaal voor rockconcerten, met een prachtige bar. Authentieke barkeepers, gouden oorringen en tatoeages, petjes, Harley Davidson op de borst. Plastic bekertjes (vroeger had je nog echte glazen, stond je tijdens een rockconcert vaak in de glasscherven, moest je schoenen aantrekken met stevige zolen), mijn god, je moet betalen met muntjes. Stop een tientje in een automaat en er rollen zes plastic muntjes uit. Een bier is één muntje, hoeveel kost dan één biertje? Ik bied de Fries ook maar een pilsje aan en vraag hem hoe oud hij is. Achtenvijftig, ik had hem jonger geschat. Hij heeft iets jongensachtigs, is dat rock 'n roll? Hij vertelt dat hij vaak, overal en nergens, in de provincie naar rockconcerten gaat. De oude namen, Ten Years After, Focus en nu Iron Butterfly, als feniksen uit de as herrezen zijn ze er om de zoveel jaar weer, back on stage, als jonge goden. Eindelijk komt de band op. Links het orgel, Boris Karloff (met lang haar) bespeelt hem, de drummer heeft bij Wishbone Ash gespeeld, rechtst de gitarist, afkomstig uit Seattle, en in het midden, vóór op het podium op een barkruk geleund, stram in de dunne benen, moeizaam bewegend, de benige vingers omwikkeld met leukoplast, bassist Lee Dorman. Petje, bril. Er wordt meteen ingezet en het geluid is overweldigend. In de sixties heette het psychedelische rock, ik zou het hardrock willen noemen. Enkele nummers, lang uitgesponnen, gierende gitaar, meeslepend orgel, hakkende drummer, drijvende bas. Mummelende Dorman, onverstaanbaar. Wat zegt-ie, wat zegt-ie? Schouderophalen, gelach. Vingers omhoog, geweldig. De jaren vallen van de schouders. Wat heb ik de afgelopen veertig jaar gedaan, meegemaakt? Vergeet het, we zijn weer terug bij het begin. Een mens verandert niet, je karakter ligt vast. Dorman mompelt iets van Harley Davidson en begint te zingen, Easy Rider. Pegs of people line the street / A ball and chain around their feet / Waitin' for a weekend treat / But Easy Rider's got 'em all beat 'cause / Easy rider, he's a glider / (Easy) Freedom, every day... Hier komen we voor. Nog een paar nummers, hetzelfde recept, jankende gitaar, dreunende orgeltonen, primair drumwerk, een heftig plukkende bassist die het ritme voortdurend opjaagt. Dan is het zover en wordt In-a-gadda-da-vida ingezet. Eerst het orgel, dan de gitaar die de lucht lijkt te willen verscheuren. Twee blonde meiden dringen zich naar voren. Toch nog twee groupies voor opa, maar hij ziet ze niet, hoeft ze ook niet, zou niet meer weten wat-ie met ze aanmoest. Als de drummer zijn minutenlang durende solo inzet, haalt Dorman moeizaam (geholpen door een roadie) zijn instrument van zijn schouder om zich stijf naar de zijkant van het podium te bewegen. Daar drinkt hij een pilsje, net als wij uit een plastic glaasje. De tijd van drugs is voorbij, het is nu zaak om overeind te blijven, nog zo lang mogelijk te blijven ademen. Prachtig die drumsolo, hij duurt en hij duurt maar. Steeds weer nieuwe variaties, holle klanken, felle klanken, blikkerige, dreunende. Je vraagt je af waarom ze daar in de jaren zeventig nu ineens zo'n hekel aan kregen. Als we terugrijden zijn we het erover eens, dit was een bevredigend concert, ruw, ongepolijst, met de dood op de hielen gespeeld, maar zonder concessies. Rock 'n roll gaat een leven lang mee. Archives
March 2026
Categories |
|
official website [Copyright © Gerrit Brand 2010-2024]
All rights reserved GerritBrand.nl Website is NOT responsible for any external link on the website Powered by: Uitgeverij Nobelman |
Contact
Uitgeverij Nobelman Emdenweg 3 9723 TA Groningen The Netherlands Tel: + 31 (0) 6 50831893 e-mail : [email protected] |
RSS Feed